Lieve kleine jongen

Na een reis door het overweldigende Tibet en het grootse en weidse Himalaya gebergte waarin we ons vaak urenlang alleen op de wereld waanden, komen we terecht in de gekte van Kathmandu.
Na een week lang nauwelijks mensen te hebben gezien is deze drukte, de viezigheid, het lawaai, het verkeer en al die massa’s mensen ons even teveel. We vluchten de stad uit om drie dagen later, iets meer geacclimatiseerd, terug te keren. En pas dan kunnen we genieten van dit gigantische gekkenhuis. Van de mensen, van de tempels, zelfs van alle geuren, maar vooral van jou!
Van die kleine jongen die tussen hordes mensen, duiven en koeien met zijn zelfgemaakte vlieger enthousiast en onbevangen over Durbar Square rondrent. Het ontroert hoe je daarbij je eenjarige zusje geen moment uit het oog verliest.

durbar square kathmandu

Als je vlieger vastraakt aan het dak van een tempel sta je paniekerig aan het touw te trekken. Als je je realiseert dat het niet gaat lukken kijk je verslagen om je heen. We kunnen niet anders dan aanbieden om je te helpen, hoe kansloos dat ook is. Vol vertrouwen geef je Stephan het touw in zijn handen. Hoewel we je nauwelijks kunnen verstaan begrijpen we al jouw aanwijzingen. Alle inspanningen zijn helaas tevergeefs. Die vlieger komt niet meer los van de tempel en ik kom niet meer los van jou.
In onze rugzak zitten ballonnen die we opblazen en aan jouw afgeknapte vliegertouw vastmaken. Je vindt het prachtig en rent opnieuw over het plein met twee witte ballonnen en je zusje in je kielzog.

durbar square kathmandu

Daarna zitten we samen een hele tijd op de trappen van een tempel op Durbar Square te kijken naar alles wat er onder ons gebeurt. Met je zusje op je heup ren je met het grootste gemak de trappen op en af terwijl ik me zorgen maak over valpartijen. Als er wat vriendjes van jou bij ons komen zitten zien we hoe jij ze duidelijk maakt dat ze ons niet om geld mogen vragen, ik smelt.

durbar square kathmandu

In de dagen die volgen zien we die kleine jongen steeds opnieuw. Zonder dat we het hebben afgesproken weten we allemaal dat we elkaar vroeg in de avond kunnen vinden. Daar op die trappen van Durbar Square. Daar op die trappen sluip jij mijn hart binnen. Op onze laatste avond in Nepal weten we dat we je niet meer terug zullen zien, maar als we de volgende ochtend op zoek zijn naar een taxi horen we je toch weer roepen. In je schooluniform steek je je hand naar ons uit om nog een keer gedag te zeggen. We geven je alle ballonnen die we nog hebben en wat kleren die we deze reis toch niet meer zullen dragen. Je straalt! Zó blij met iets wat voor ons nauwelijks waarde heeft. Met pijn in ons hart verlaten we Kathmandu, en dat is vooral vanwege jou kleine jongen.

durbar square kathmandu

Nu zijn we vijf jaar verder en probeer ik in de verschrikkelijke beelden op televisie iets te herkennen. Maar is er nog wel iets te herkennen? Ik zoek naar die trappen, onze trappen. Maar ik zoek vooral naar een iets groter geworden kleine jongen die met een witte ballon aan een touwtje door de vreselijke puinhopen van Kathmandu rent. En naar zijn zusje, die inmiddels niet meer is aangewezen op de nek of de heupen van haar grote broer.

Lieve kleine jongen, hoe in godsnaam gaat het met je? Wat heb jij de afgelopen dagen allemaal moeten doorstaan? Wat gaat er door dat mooie koppie van je? En welke verschrikkelijke dingen hebben jouw bruine ogen moeten zien? Kun je nog wel naar huis? En is je moeder nog in leven? En je zusje?

En jij, lieve kleine jongen, ben jíj er nog?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *