Was papa dus een loser?

Door de pijngrens. Zo heet het boek van Lance Armstrong dat ik pas heb gelezen. Een fascinerend verhaal, een verhaal van een sportman die alles, echt álles over heeft voor een overwinning. Een sportman die een zware weg moest bewandelen om te komen waar hij kwam. Lance was papa’s held. En daarmee ook een beetje mijn held… Papa was een fel tegenstander van doping. Toen het dopinggebruik van Lance uit kwam vond ik dat verschrikkelijk. Niet voor mijzelf. Ook niet voor Lance. Maar voor papa! Waarom uitgerekend hij!

Toch bleef hij voor mij wel een held… Na een slopende ziekte, na tientallen chemokuren en bestralingen, als wielrenner terugkeren aan de wereldtop. Ga er maar aan staan! Dat red je met alleen een beetje doping echt niet hoor! Dus ja, Lance was nog steeds mijn held.

En toen las ik zijn boek .
En toen ging ik hem googelen.
En toen ging Lance me tegenstaan.

Hij is namelijk niet genezen van de kanker. Nee, Lance heeft de kanker verslágen!
En hij had niet het geluk dat hij het overleefde. Nee, Lance beslóót om te overleven!
Hij gaf zich niet over aan knappe dokters. Nee, Lance heeft zélf keihard gevochten!
Hij is niet gewoon een mazzelpik. Nee, Lance is een grote wínnaar!
Ja echt, Lance is een held. Maar niet meer de mijne…

Tuurlijk voer je tijdens zo’n periode van ziek zijn ook een persoonlijke strijd, een mentale strijd. En een positieve instelling zal vast geen negatieve invloed hebben op je genezingsproces.
Maar Lance suggereert alsof enkel en alleen zijn enorme wilskracht en doorzettingsvermogen ervoor gezorgd heeft dat hij beter werd. Daarmee doet hij iedereen die stérft aan kanker zoveel tekort. Alsof het een persoonlijk falen is, alsof zij de losers zijn! Alsof zij de kanker niet het allerliefste ook hadden willen overleven. Alsof zij een groot gebrek aan vechtlust hadden…

Hoewel Lance die kanker met gebalde vuisten te lijf ging, weet ik dat de werkelijkheid vaak anders is.
Dat die ‘strijd’ voor papa betekende dat je continue leeft tussen hoop en vrees. Dat je je leven noodgedwongen in de handen van de medische wetenschap legt. Dat niks wat ooit vanzelfsprekend was, dat ooit nog weer gaat worden. Dat je je keer op keer moet laten volpompen met chemische rotzooi, waarvan niet eens altijd duidelijk is of het je gaat helpen. Dat je huid hier zo dun van wordt dat er open wonden ontstaan. Dat je door de ondraaglijke jeuk geen nacht meer slaapt. Dat je je lijf maar leeg blijft kotsen. Dat eten nooit meer smaakt. Dat je niet zeker weet of je er volgend jaar tijdens de jaarwisseling nog wel bij bent. Dat je een sprankje hoop krijgt van een goede uitslag, maar een week later weer gevloerd wordt door een slechte.
Dat je soms de heftige keus moet maken tussen een chemokuur die je keihard nodig hebt of een weekje vakantie. En als blijkt dat er op jouw vorm van kanker eigenlijk niet meer echt een antwoord is, het keiharde besef dat je kansloos bent. En vervolgens de keuze tussen kwaliteit van leven of een paar maanden extra met de mensen waar je van houdt…

Dag in dag uit doodmoe… Doodmoe van alle chemotroep die de strijd aangaat met die verdomde kankercellen. Dat heeft niks te maken met een persoonlijke strijd, echt niet! Nou ja, behalve bij Lance dan, die werkte de kanker eigenhandig zo even de deur uit…

In 2007 stierf papa aan kanker. Hij was toen 64, ik 27. En hij zou niet hard genoeg z’n best hebben gedaan!? Alsjeblieft rot op…

Toen papa er al lang niet meer was, kwam het dopinggebruik van Lance uit. Hij mocht z’n tourzeges gaan inleveren. Dat vond ik toen verschrikkelijk… Maar nu?

Ach… Misschien moet hij ook maar eens voelen hoe het is om een loser te zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *