Een autonoom mensje

Baby’tjes. Ik heb er eigenlijk niet zoveel mee. Ik vind ze best schattig hoor. Van een afstandje vooral. Maar als ik ergens ga kroamschudd’n en iemand me zo’n roze ding op schoot zet voel ik vooral ongemak.
En tuurlijk, toen dat roze ding er eentje van mezelf was, was dat heus wel een beetje anders. Toen vond ik het ineens wel fantastisch hoe die kleine vuistjes zich om mijn vinger vouwden en stopte ik mijn neus in de plooien van haar billen.

Maar nee, dat eerste jaar leek me zeker niet het leukste jaar. Ik keek er zo naar uit als ze zou gaan kletsen. Dat ze me zou gaan begrijpen. Dat ik dingen met haar kon overleggen. Dat ze een eigen mening zou gaan vormen. Dat het een autonoom mensje zou worden.
Wist ik veel dat dat al gebeurt als ze nog geen anderhalf zijn. Dat Dize ondanks dat ze nog geen tien woorden kan zeggen al wel een onmeunige mening heeft en precies weet hoe ze die moet uiten. En hoe in godsnaam… HÓE heb ik ooit kunnen denken dat er dan sprake zou zijn van een overlegsituatie! Echt, ik voel me zo’n sukkel.

Vrijdagmiddag. Ik haal de kinderen op bij het kinderdagverblijf en we gaan nog even koffie drinken bij oma. Ik heb de duowagen vergeten, maar ik kan Len tillen en Dize kan dat stukje wel lopen. Dat doet ze eigenlijk altijd. Ik til Dize uit het autostoeltje en zet haar naast de auto. Ik prop wat luiers en alle andere meuk vanuit de luiertas in mijn eigen tas, waaronder Dize’s drinkbeker. Als ze die beker ziet wil ze drinken, maar ik zeg dat we eerst naar oma gaan en dat ze daar wat drinken krijgt. Ik zie haar lip al zakken. Ik negeer die lip, til Len uit de auto en loop richting oma’s flatje. Dize blijft bij de auto staan en die verdomde klotenlip hangt inmiddels over haar kin. Als ik haar roep begint ze te gillen. En als ik naar haar toe loop gaat ze op de grond liggen naast de auto. Kats over de rooie!

Ik weet dat er mensen zijn die vinden dat ik haar nu op haar bek moet rossen. Die zelfde mensen zijn er vaak ook van overtuigd dat ze het daarna nooit meer zal doen. Ik persoonlijk twijfel daar aan en voel er sowieso niet zo heel veel voor om een kind van anderhalf in elkaar te slaan.
Maar wat dan wel? Thuis negeren we dit gedrag en vaak is zo’n woede uitbarsting dan snel weer over. Maar negeren lijkt me in dit geval niet de meest constructieve oplossing. Ik wil naar oma, maar als ik Dize nu negeer en gewoon naar oma ga dan heb ik straks nog maar één kind. Het probleem zou daarmee trouwens wel opgelost zijn.

Maar goed, Dize ligt op de grond te schreeuwen. Ik sta met een zware tas in mijn ene hand en Len in de andere wat ongemakkelijk om me heen te kijken in de hoop dat niemand ziet hoe ik de macht over mijn dochter aan het verliezen ben. Eigenlijk zou ik haar nu het liefst die rotfles maar gewoon willen geven, maar de opvoeder in mij vind dat ik daar nu zéker niet meer aan toe moet geven. Het leven zou zoveel makkelijker zijn zonder mijn belachelijke principes.

Ik probeer haar rustig te praten, maar iedere stap in die richting zorgt voor nog meer gekrijs. Ik zie geen andere mogelijkheid dan om die zware tas over mijn schouder te hangen en Dize aan één hand mee naar binnen te sleuren. Dit moet er verschrikkelijk kansloos uit hebben gezien. Toen ik nog geen moeder was wist ik precies hoe ik zou handelen in dit soort situaties. Je laat je verdomme toch niet voor schut zetten door zo’n klein mormel. Nou tadáááááá! Ik dus ook!

Eenmaal binnen ligt ze tussen de liftdeuren opnieuw te krijsen. Met mijn voeten schuif ik het hysterische hoopje mens een halve meter verder zodat de deuren in elk geval dicht kunnen. Als op de tweede verdieping de liftdeuren weer open gaan staat daar een oud mannetje te wachten. Hij probeert contact te maken met Dize, heel lief! Twee seconde is ze stil, ze kijkt hem vragend aan. Dan stort ze zich opnieuw ter aarde om terug te vallen in haar gedoe.
Het mannetje biedt aan om even op Dize te letten, zodat ik ondertussen Len en mijn tas naar oma kan brengen om haar daarna op te halen. Ik zeg dat dat niet hoeft. (Tuurlijk niet joh! Ik heb alles immers prima onder controle).

Ik sleur haar weer een stukje mee tot achter de klapdeuren. Dan zijn we in ieder geval op de galerij waar oma woont. Ik heb nu al spijt dat ik geen gebruik heb gemaakt van het aanbod van die lieve meneer.
Geen millimeter medewerking, haar lijf sleept als een zware zak tuffels over de grond achter me aan. In een laatste wanhoopspoging probeer ik nog een keer met haar te onderhandelen over een oplossing. Maar er is geen opening meer voor een redelijk gesprek. Als ik in de verte de voordeur zie, geef ik toe aan mijn falen en bel oma. Of ze even kan komen om een paar tassen of kinderen van me over te nemen.

’s Avonds in bed ligt kleine Len van 4 maanden nog even bij me. Zijn klein vuistje om mijn vinger gevouwen. Zo’n baby’tje hè… Da’s misschien helemaal zo gek nog niet.

14 thoughts on “Een autonoom mensje

  1. Ilona on

    Tja, …. in deze situaties belanden we allemaal!! Ha ha.
    En idd, ze kunnen je voor schut zetten. (nu nog hoor :))

  2. Nou erop los rossen zou ik zeker niet aanraden;-) Inderdaad negeren is meestal het beste maar daar was de situatie niet heel geschikt voor. Roeien met de riemen die je hebt dus, maar ja, die riemen had je natuurlijk niet in de tas. En die kleine donders hebben al héél snel door wanneer ze “de show” kunnen maken. nee, dat snap ik, je voelt je niet getroost;-)

  3. Anke on

    Haha moooooooi die kids!
    Zo’n klein mormeltje op de grond… wel een heel leuk mormeltje trouwens…

  4. Gertjan on

    Eeeuh “van wie heeft ze dat” mis ik nog bij de reacties ? wel briljant onder woorden gebracht overigens

  5. Herkenbaar en, als de situatie veilig is, inderdaad in het sopje gaat laten koken. En nu kon je niet anders. Ik heb wel moeten lachen om je stukje. Sorry daarvoor. 😉

  6. *schater* Doet me denken aan een van de gevleugelde uitspraken van mijn vader… ‘Als ze klein zijn zou je ze soms achter het behang willen plakken! Als ze groot zijn heb je spijt dat je dat niet gedaan hebt…’
    Veel succes dus met het groot laten worden!! ??

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *