Niet alles is wat het lijkt

We kunnen het ons al bijna niet meer voorstellen, maar het is nog maar een paar weken geleden dat we ’s avonds tot in de late uurtjes buiten konden zitten. Op één van die zwoele zomeravonden zat ik op de picknicktafel midden in het dorp te wachten op een afspraak. Ik was veel te vroeg, maar dat vond ik helemaal niet erg. In de zomer is het zo gezellig druk in ons dorp dat ik me prima vermaakte met niks doen.
Ik staar wat voor me uit als er net voor me een auto met een Duits kenteken stopt. Ik heb geen verstand van auto’s, maar het lijkt me een flinke bak. En je weet wat ze zeggen: ‘Hoe deftiger de auto, hoe knorriger de kop’. Ook in dit geval klopte dat weer volkomen. Met een grote zonnebril op z’n snuit doet ie alsof ie niet naar me kijkt. Even later stopt er een paar parkeerplaatsen verder een auto met een Nederlands kenteken. Er zit een vrouw in met een grote zonnebril. Ze doet alsof ze niet naar me kijkt. En alsof ze niet naar hém kijkt. Zo hebben we alle drie even wat ongemakkelijke minuten waarin we doen alsof we geen blikken uitwisselen. Dan stapt de knorrekop uit en loopt naar de andere auto… Ik voel nattigheid. Dit kan maar één ding betekenen. Als ze samen in de auto zitten houden ze me nog even in de gaten. En ik hen. Dan buigen ze zich even heel kort naar elkaar toe en rijden weg. Ik grijns. Stiekem smul ik van dit soort dingen.

Een paar dagen later ben ik aan het werk. Ik sta in Hengelo langs de Oldenzaalsestraat te wachten. Omdat het zo gruwelijk warm is draag ik een zomerjurkje. Ik heb straks een bouwvergadering en rij met de projectleider van de aannemer mee daar naartoe. Al snel zie ik hem aankomen rijden met zijn Audi, een flinke jongen gok ik. Met iets te veel snelheid komt hij voorgereden en parkeert zijn auto een beetje asociaal half op de stoep. Ik open de deur en stap snel in, we zijn al laat. Hij buigt wat naar me toe om zijn tas weg te zetten die voor mijn voeten staat. Als we wegrijden zie ik aan de overkant van de straat een vrouw op een bankje zitten. Ze grijnst. Ik denk aan knorrekop. En ik baal van mezelf. Van alles wat ik die avond op de picknicktafel heb gedacht. Van dingen die er misschien niet waren, maar die ik al zeker wist. Niet alles is wat het lijkt. Sommige dingen wel.

Deze column is eerder gepubliceerd in ’t Luutke – editie 15, jaargang 2019

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *