Alles wat de boel verpest

Corona. Ik heb bijna een jaar lang mijn best gedaan om er niet over te schrijven, want wat moet je nog schrijven? Alles is al gezegd. Maar het duurt nu wel erg lang hè? En het concrete perspectief op verbetering lijkt ook nog wel érg ver voor ons te liggen. Al die mensen die ziek zijn in ‘t dorp en het constante besef dat we ook zonder dat we het weten het virus bij ons kunnen dragen. De angst dat we daardoor ook anderen kunnen besmetten. De kinderen die al wekenlang thuis zijn. Wel fijn hoor al die extra tijd samen, maar mijn eigen werk moet ondertussen ook gewoon af.

En dan zijn mijn miniprobleempjes nog te verwaarlozen, vergeleken bij het leed dat zich in andere families voordoet. ’t Is allemaal nogal wat. En ik moet eerlijk bekennen dat er dagen bij zijn dat het een flinke weerslag heeft op mijn humeur. Maar gelukkig bestaat er klagen, en dat mag nog gewoon. Bij wet tenminste, want er zijn vast mensen die vinden dat je in mijn situatie niet mag klagen, maar die negeer ik even.

Want pottomme, die rellende idioten nou weer hè…?! Net toen we dachten dat het niet erger kon, trapt een stel onverlaten onze steden aan puin. Omdat ze het niet eens zijn met de maatregelen? Ik vraag me zelfs af of ze enig besef hebben van deze maatregelen, of überhaupt van de wereld om hen heen. Die avond dat het MST werd belaagd, lag ik nog lang wakker. Ik kon niet geloven in wat voor een verrotte wereld we beland waren, en dat die ieder jaar wat verder lijkt weg te rotten. Onze kinderen lopen hier misschien nog wel tachtig jaar rond. Man, man, man, waar gaat dat heen?

Urenlang keek ik praatprogramma’s om de werkelijkheid beter tot me door te laten dringen. Bij Jinek zit Maaike Neuféglise, de eigenaar van de verwoeste Primera winkel in Den Bosch. Haar verhaal maakt me nog bozer dan ik al was. Haar levenswerk is in een paar minuten tot aan de grond toe gesloopt, alles is kapotgeslagen en de winkel compleet leeggeplunderd. En vanwege de winkelsluitingen hadden ze het al zo zwaar. Vol ongeloof luister ik naar wat ze vertelt, totdat ze haar handen voor haar gezicht slaat en breekt. Eva vraagt waar haar tranen vandaan komen. Ik vond dat nogal een onnozele vraag, want dat leek me duidelijk…

Maar Maaikes antwoord houdt me nog steeds bezig. Ze zegt dat ze zich de dag na de rellen meer dan ooit is gaan beseffen in wat voor een mooi land ze woont. Hoe dankbaar ze is voor alle berichtjes, bloemen en acties die er zijn opgezet. Hoe hartverwarmend ze het vindt dat de wereld de armen om haar heen heeft geslagen… En ik realiseer me dat dát het is. Dat dát is waar het om draait. Dat we ons niet moeten focussen op alles wat de boel verpest. Maar juist op alles wat mooi is, op alles wat góed gaat. Dankbaar zijn voor alles wat er nog wél is. Het geluk vinden in de kleine dingen die nog wel kunnen en in de mensen om ons heen. En dan gaan we misschien vanzelf een beetje minder klagen, want jullie hebben gelijk, ik heb niks te klagen!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.