Zuchtouders

Pasgeleden las ik een artikel over zuchtouders. Zuchtouders zijn ouders die telkens hun kinderen corrigeren, terwijl ze eigenlijk niet zo heel veel verkeerd doen. En dat alles onder luid gezucht om de irritatie nog wat extra kracht bij te zetten. Zo’n ouder zou ik nooit worden, dat wist ik al lang voordat ik überhaupt kinderen had. Nee, ik zou ze weliswaar strenge kaders geven, en die kaders heel consequent handhaven, maar binnen die kadergrenzen zouden ze alle ruimte van me krijgen. Niks vervelender dan ouders waarbij je als kind niks goed kunt doen en in alles afgeremd wordt.

Terwijl ik aan het lezen ben, hoor ik mezelf ineens zeggen: “Len, doe dat nou eens niet!” Met zijn waterpistool spuit hij in het rond, waarbij hij soms ook de ramen raakt. Hmzzz, zei ik dat nou echt? Die ramen worden ook nat als het regent en bovendien zijn ze toch chronisch smerig. Ik krab mezelf achter mijn oor en tegelijkertijd dringt het besef tot me door: Ik ben een zuchtmoeder! Shit! Wanneer is dat gebeurd? En hoe kom je daar weer vanaf? Het houdt me flink bezig.

Een paar dagen later zit ik bij de IJskuip. De kinderen zijn mooi aan het spelen en ik geniet van een kop koffie. Vanaf het terras houd ik goed in de gaten of ik de kinderen nog in het vizier heb. Dize rent van het ene speeltoestel naar het andere en Len zit met wat trekkertjes te spelen, zijn kruin komt nog net boven een zandbult uit. Als er twee dames langs Len lopen, zie ik dat ze elkaar aanstoten en in zijn richting wijzen. Dat snap ik wel, ‘t is ook zo’n mooi kearlke, denk ik zelfvoldaan. Even later gaan er twee jongetjes naast hem staan. Ze slaan hun handen voor hun mond en ik hoor een grote schaterlach. Oké, ik vrees dat zij niet onder de indruk zijn van het goed gelukte hoofd van mijn zoon, en er een andere reden is waarom ze zo lachen. Ik sta op en loop naar hem toe.

Als ik voorbij de zandbult kan kijken, zie ik meteen hoe de vlag erbij hangt. Met zijn spijkerbroek en nette bloesje zit meneer tot aan zijn middel in een modderpoel. Neeeeehhh! Heb ik weer! Man man man! De zuchtmoeder in mij draait op volle toeren. Alles in mij is heftig aan het zuchten. Gelukkig moet ik nog zo’n dertig meter lopen om bij hem te komen, net genoeg om me te realiseren dat ik niet zo’n ouder wil zijn. Als Len me ziet aankomen, schrikt ‘ie. “Wat?” vraagt ‘ie, in afwachting van mijn zucht. Ik doe een glimlach en zeg: “Ah, wat ben je lekker aan het spelen!” Hij kijkt me bedenkelijk aan, ik weet dat hij het niet vertrouwt. Dat hij denkt dat mijn ontspannen reactie cynisch bedoeld is, en hij zo alsnog de volle laag krijgt.

Ik moet lachen om ons heerlijke varken. Een tijdlang kijkt ‘ie half vragend terug. Dan zie ik hoe zijn angstige snuitje weer plaatsmaakt voor zijn fantastische pretbek. Hij glundert. “Ikke lekker in de modder spelen!” roept ie. Ik steek m’n duimen omhoog en loop terug naar mijn koffie. Opvallend genoeg zucht mijn lijf niet meer. Ik ben blij met mijn optreden van daarnet. Maar boven alles blij met dat ondeugende ventje, die de dag van zijn leven heeft. Als we naar huis gaan, trek ik Len op de parkeerplaats al zijn natte kleren uit. In een droge luier zet ik ‘m in zijn autostoeltje en goedgemutst rijden we samen weer naar huis. De zuchtmoeder pleuren we onderweg het raam uit. Omdat iedereen het leuker vindt, zonder dat onnodige zuchtbewind.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.