Uit de kast
Ik sta op een feestje, een receptie om precies te zijn. Een zaal gevuld met groepjes mensen, biertje of wijntje in de ene hand en de andere hand losjes in een broekzak. Ze lachen, maken lawaai en ze doen alsof ze naar elkaar luisteren. Soms voegt iemand zich bij zo’n groepje, dan wordt er nog harder gelachen, er worden joviaal handen geschud, een klap op de rug gevolgd door een gevatte grap. En ik? Ik sta daar ergens verloren tussen. Een hand in mijn broekzak steken om mezelf een houding te geven helpt niet.
Wat mankeert mij? Waarom lijkt iedereen het naar z’n zin te hebben en waarom voel ik me hier zo ongemakkelijk? Ik heb het me jarenlang afgevraagd. Totdat ik een jaar of twee geleden het boek ‘Stil’ las. Het bleek één grote áha-belevenis! Sindsdien weet ik dat ik geen afwijking of contactstoornis heb. Ik ben niet raar. Ik ben gewoon introvert. Het heeft me meer dan veertig jaar gekost om tot dat besef te komen, omdat ik altijd heb gedacht dat introvert zijn betekende dat je heel verlegen en onzeker bent. En misschien wilde ik er ook gewoon niet aan, want het heeft toch iets saais en ongezelligs.
Jaren waarin ik met perioden niet zo lekker in mijn vel zat, me opgejaagd en gestrest voelde. ‘Gewoon te druk’, dacht ik dan. Nu weet ik dat ik niet per se te druk was, maar gewoon te veel ‘extraverte dingen’ deed. Vooral in het voorjaar weken volgepropt met feestjes, borrels, recepties en verjaardagen, met nauwelijks tijd om tussendoor weer op te laden. Want dat is het grote verschil met de extravert, introverten laden op een andere manier op. Na een drukke werkweek ontspan ik niet op de vrijdagmiddagborrel, maar met een lange wandeling in het bos, het liefst in mijn eentje. Daar ga ik goed op. De avondklok tijdens de lockdowns vond ik dan ook een fantastische maatregel! Elke avond niks. Elke avond rust.
Sociale situaties kosten me soms meer energie dan ze opleveren. Ik word niet ongelukkig van mensen, integendeel zelfs, maar wel als ze met heel veel tegelijk zijn. Op grote verjaardagen ben ik al niet echt op mijn gemak, maar praten over koetjes en kalfjes op een receptie of een andere borrel is voor mij écht een opgave. Kom ik binnen in een ruimte waar veel mensen met elkaar staan te kletsen: Complete ERROR!
Ik sta niet graag in het middelpunt van de belangstelling en functioneer beter in de luwte. Dat lijkt nogal in strijd met mijn rol als columnist, maar juist dat toetsenbord maakt het voor een introvert als ik zeer comfortabel. Er hoeft niks spontaan, ik hoef niemand aan te kijken en ik kan alles zo vaak ik wil nalezen en doordenken voordat ik op ‘verzenden’ klik.
Introvert dus. En daar ben ik niet per se blij mee. Het lijkt me veel fijner en makkelijker om wat extraverter te zijn. Altijd in voor een feestje, een gezelschapsdier, vlot, welbespraakt, het hart op de tong, snel en zeker. Extraversie is de norm en onze samenleving heeft een sterke voorkeur voor extraverte persoonlijkheden. Kijk alleen al eens naar de gemiddelde vacaturetekst: Wees vooral niet rustig, bedachtzaam en op de achtergrond. Maar juist spontaan, dynamisch, ad rem, assertief, een teamplayer en een goede netwerker. Dat is wat we willen! En ik wilde me daaraan conformeren. Het wordt ook gewoon een beetje van je verwacht dat je meedoet aan alle sociale activiteiten en altijd komt opdraven op borrels en recepties. Maar ik zie er soms als een berg tegenop.
En nu weet ik dus wat daarvan de reden is, en nu kan ik er wat mee, heel fijn! Maar sjonge jonge, dat blijkt verdomd moeilijk! Ik vind het nogal ingewikkeld om nee te zeggen tegen feestjes en ik blijf mijn dagen maar volproppen met afspraken die ervoor zorgen dat ik nauwelijks meer tijd kan vinden om in m’n eentje weer op te laden.
Toch doe ik het de laatste tijd wel steeds vaker. Ik zeg sociale gelegenheden soms af als het teveel wordt, omdat het nodig is om me goed te blijven voelen. En ik durf er nu zelfs soms bij te zeggen dat ik er gewoon niet zo van hou, doodeng maar wel eerlijk. Toch blijf ik me een pionier voelen, het blijft een dingetje als introvert in een extraverte wereld. Extraverten vinden sociale interactie zo leuk, en kunnen zich in hun enthousiasme niet voorstellen dat niet iedereen hun enthousiasme deelt: “Aahh, doe niet zo saai!” of “Dat is toch juist even gezellig?!” Afzeggen voelt dan al gauw als asociaal en onbeschoft.
Ik ben niet zeldzaam, het is namelijk bekend dat ongeveer één derde van de mensen introvert is, de één wat meer dan de andere. Ondertussen weet ik dat ik ergens aan het uiteinde van de schaal zit. Maar één derde dus, dat is best veel. Zoveel zou ik er niet zomaar kunnen aanwijzen, dus ik verwacht dat veel mensen het zelf nog niet eens weten. Maar er zullen ook mensen zijn die het wel weten, maar die nog niet ‘uit de kast’ zijn. En voor hen wil ik een lans breken met deze column.
Beste introverten, we hebben geen aandoening of ziekte. Onze introversie is niet iets dat gefikst moet worden. En als de extraverte wereld dat niet zo goed begrijpt is dat prima, je hoeft elkaar immers niet te begrijpen om elkaar ruimte te geven. Zij mogen de prikkels vangen, terwijl wij ons terugtrekken. Het taboe moet eraf, dus kom ook uit de kast en zeg gerust eens een feestje af. Misschien moeten we ons verenigen, een soort community oprichten. Dan gaan we bijeenkomsten organiseren, waarin we om de beurt een presentatie houden voor de hele groep. Gezellig met z’n allen! Immers: Hoe meer zielen, hoe meer vreugd!
Toch?